Algemene voorwaarden voor dienstverlening van Advocatenkantoor Frijns, gevestigd te Maastricht.

Artikel 1 – Rechtsvorm

Advocatenkantoor Frijns hierna te noemen “de advocaat”, is een éénmanszaak van mr. N.P.J. Frijns, welke zich ten doel stelt het beoefenen van de advocatuur. Mr. N.P.J. Frijns is op 22 december 2008 beëdigd als procureur bij de Rechtbank Maastricht en sedertdien onafgebroken werkzaam als advocaat.

Artikel 2 – Toepasselijkheid

  1. Deze algemene voorwaarden zijn van toepassing op alle opdrachten, tenzij voorafgaand aan de totstandkoming van een opdracht schriftelijk anders is overeengekomen.
  2. Deze algemene voorwaarden zijn ook van toepassing op aanvullende opdrachten en vervolgopdrachten.
  3. Alle personen die bij de uitvoering van enige opdracht van de opdrachtgever zijn ingeschakeld kunnen op deze algemene voorwaarden een beroep doen.

Artikel 3 – Opdracht

  1. De rechtsverhouding tussen de opdrachtgever en de advocaat is onderworpen aan Nederlands recht.
  2. Voor zover ten behoeve van de dienstverlening de inschakeling van een derde nodig is, zal daarover zo mogelijk overleg worden gepleegd met de opdrachtgever. Bij het inschakelen van een derde zal steeds de nodige zorgvuldigheid in acht worden genomen.
  3. De opdrachtgever vrijwaart de advocaat tegen alle aanspraken van derden, de redelijke kosten van juridische bijstand daaronder begrepen, die op enigerlei wijze samenhangen met of voortvloeien uit de werkzaamheden voor opdrachtgever verricht, behoudens opzet of grove schuld aan de zijde van de advocaat.

Artikel 4 – Declaratie

  1. Voor de uitvoering van een opdracht is de opdrachtgever het honorarium, vermeerderd met verschotten, kantoorkosten en omzetbelasting verschuldigd.
  2. Verrichte werkzaamheden kunnen, indien de uitvoering van de opdracht zich uitstrekt over een langere periode dan één maand, tussentijds in rekening worden gebracht.
  3. De advocaat is gerechtigd om de bij de opdracht overeengekomen uurtarieven jaarlijks op 1 januari te wijzigen. Deze wijziging vindt plaats op basis van een wijziging van het maandprijsindexcijfer volgens de door het CBS gepubliceerde prijsindexcijfers CPI, consumentenprijsindex, met dien verstande dat er een verhoging met tenminste 3% is toegestaan.
  4. De advocaat is gerechtigd van de opdrachtgever de betaling van een voorschot te verlangen. Een ontvangen voorschot wordt verrekend met de eerstvolgende definitieve afrekening in het kader van de opdracht.
  5. In zaken die worden behandeld op basis van het wettelijke systeem van gefinancierde rechtshulp, is de declaratie beperkt tot die kosten die op grond van de afgegeven toevoeging voor rekening van de opdrachtgever komen.

Artikel 5 – Betaling

  1. Betaling van declaraties van de advocaat dient te geschieden binnen dertig dagen na factuurdatum. Bij overschrijding van deze termijn is de opdrachtgever van rechtswege in verzuim en is een vertragingsrente gelijk aan de geldende wettelijke rente verschuldigd. In geval van handelstransacties is de wettelijke handelsrente verschuldigd.
  2. Indien de advocaat invorderingsmaatregelen treft tegen een opdrachtgever die in verzuim is, komen de invorderingskosten die gesteld worden op 10% van de hoofdsom met een minimum van € 150,-, zulks vermeerderd met de verschotten, ten laste van de opdrachtgever.

Artikel 6 – Aansprakelijkheid

  1. De advocaat is voor beroepsaansprakelijkheid verzekerd overeenkomstig de door de Nederlandse Orde van Advocaten vastgestelde Verordening op de beroepsaansprakelijkheid.
  2. Iedere aansprakelijkheid van de advocaat is beperkt tot het bedrag dat in het desbetreffende geval uit hoofde van de door haar gesloten beroepsaansprakelijkheidsverzekering wordt uitbetaald, vermeerderd met het bedrag van het eigen risico, dat volgens de polisvoorwaarden ten laste van de verzekerde is.
  3. De advocaat is niet aansprakelijk voor schade die het gevolg is van tekortkomingen van derden.
  4. Elke opdracht houdt voor de advocaat de bevoegdheid in eventuele aansprakelijkheidsbeperkingen van derden mede namens de opdrachtgever te aanvaarden. Voor zoveel nodig wordt zulks door de advocaat hierbij bedongen.

Artikel 7 – Archivering

  1. Door de advocaat worden de relevante dossierstukken na beëindiging van de werkzaamheden en vanaf sluiting van het dossier gedurende vijf jaar bewaard, in een onder toezicht van de advocaat staand archief. Na deze vijf-jarentermijn heeft de Vennootschap het recht de stukken te (doen) vernietigen.
  2. Indien de opdrachtgever na sluiting van het dossier stukken wenst te ontvangen is de advocaat gerechtigd de daaraan verbonden kosten en werkzaamheden aan de opdrachtgever in rekening te brengen.

Artikel 8 – Geschillen

  1. Op de dienstverlening van de advocaat is de Klachten- en Geschillenregeling Advocatuur van toepassing.
  2. Wanneer de opdrachtgever ontevreden is over de kwaliteit van de dienstverlening of de hoogte van de declaratie dient deze zijn bezwaren eerst voor te leggen aan de behandelend advocaat. De opdrachtgever dient de klacht voor te leggen binnen drie maanden na het moment waarop hij kennisnam of redelijkerwijs kennis had kunnen nemen van het handelen of nalaten dat tot de klacht aanleiding heeft gegeven.
  3. De advocaat zal een oplossing voor het gerezen probleem in beginsel schriftelijk aan de opdrachtgever bevestigen binnen vier weken na binnenkomst van de klacht. Mocht de advocaat de bezwaren naar de mening van de opdrachtgever niet bevredigend opgelost hebben, dan kan de opdrachtgever een klacht indienen bij de Geschillencommissie Advocatuur. Deze weg staat ook open voor de opdrachtgever, wanneer de advocaat niet binnen vier weken na het indienen van de bezwaren deze schriftelijk heeft afgehandeld.
  4. De Geschillencommissie Advocatuur behandelt de zaak volgens het Reglement Geschillencommissie Advocatuur dat geldt op het moment van het indienen van de klacht bij de Commissie. De opdrachtgever kan het reglement opvragen bij de Geschillencommissie Advocatuur op het adres Postbus 90600, 2509 LP Den Haag.
  5. De opdrachtgever kan de klacht tot uiterlijk twaalf maanden na de schriftelijke reactie van de advocaat indienen bij de Geschillencommissie Advocatuur aan bovenstaand adres. Daarna vervalt deze mogelijkheid.
  6. De advocaat kan onbetaalde declaraties ter incasso voorleggen aan de Geschillencommissie Advocatuur.
  7. De Geschillencommissie Advocatuur doet uitspraak bij wege van arbitraal vonnis over een zakelijke dienstverlening. Is er sprake van een dienstverlening aan een particuliere cliënt, dan voorziet het reglement in bindend advies, tenzij de cliënt zich binnen een maand na afhandeling van de klacht door de advocaat wendt tot de gewone Rechter. Ingeval van een incasso van een vordering op een particuliere cliënt is alleen sprake van bindend advies indien de cliënt het nog openstaand bedrag onder de Geschillencommissie Advocatuur stort. Doet hij dit niet, dan is op de incasso ook arbitrage van toepassing.
  8. De Geschillencommissie Advocatuur is bevoegd om te oordelen over klachten betreffende de kwaliteit van de dienstverlening van de advocaat en de hoogte van alle soorten declaraties. Daarnaast is de Geschillencommissie Advocatuur bevoegd om te oordelen over schadeclaims tot een bedrag van
    maximaal € 10.000,–. Hogere schadeclaims kunnen uitsluitend aan de Geschillencommissie Advocatuur worden voorgelegd, wanneer de opdrachtgever de hoogte van de claim beperkt tot € 10.000,- en schriftelijk afstand doet van het meerdere.
  9. Uitspraken van de Geschillencommissie Advocatuur over de kwaliteit van de dienstverlening hebben geen gezag van gewijsde in een eventueel rechtsgeding bij de gewone Rechter over schadeclaims van meer dan € 10.000,–. Dit betekent dat een opdrachtgever in een mogelijk geding bij de gewone Rechter over een schadeclaim van meer dan € 10.000,– geen beroep kan doen op een uitspraak van de Geschillencommissie Advocatuur.
  10. De Geschillencommissie Advocatuur oordeelt met uitsluiting van de gewone Rechter. Tegen de uitspraak van de Geschillencommissie Advocatuur is geen hoger beroep mogelijk.
  11. Voor zover met inachtneming van de Klachten- en Geschillenregeling Advocatuur de gewone Rechter nog enigerlei bevoegdheid toekomt, is dit uitsluitend de in Nederland bevoegde Rechter. De gewone Rechter komt in ieder geval bevoegdheid toe ter zake de exequaturprocedure conform artikel 1062 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en artikel 38 lid 4 Wet op de Rechtsbijstand.